Slotwoord

 

Deze studie heeft een lange voorgeschiedenis.

Zij brengt drie oude persoonlijke ambities bij elkaar.

De ambitie om gelovig te worden - in mijn jonge jaren heb ik daartoe ernstige pogingen gedaan. God accepteren als antwoord op mijn vraag: ĎHoe kan het dat ...?í.

De ambitie om de dierenwereld te leren kennen. Ik heb levenslang een niet aflatende interesse voor de dierenwereld gehad, ofschoon ik nimmer de kans kreeg me daar echt in te verdiepen.

De ambitie om bestaansruimte te creŽren voor de jeugdige mensen. Ruimte waarin zij zich voluit zouden kunnen ontwikkelen, zonder beperkingen, opdat zij later tot 'glorieus'[1] samen levende volwassenen zouden kunnen worden. Als onderwijzer, leraar, docent en onderwijsontwikkelaar heb ik van het vormgeven aan onderwijs mijn beroepsleven van gemaakt. Waarmee de derde ambitie voor een deel vervuld werd.

Eind jaren Ď80 besloot ik de tweede ambitie ruimte te geven. De vraag was allereerst op welke wijze ik dit zou kunnen doen, passend bij mijn aard en wezen. Mijn belangstelling voor de dieren was zeer intellectueel. Ik wilde weten wat de biologie over de natuur en haar evolutie te melden had. Wat weet deze wetenschap vandaag de dag?

 

Om voor mij persoonlijk relevante inhouden binnen de biologie te weten te komen moest ik me verdiepen in de zoŲlogie en de paleontologie. De paleontologie is in het bezit van de sleutel waarmee de poort naar de vijf koninkrijken geopend kan worden (Margulis, 1993). Inclusief de poort naar de primaten en de chimpansees en de mensen. De onderhavige studie schiep de gelegenheid om mijn tweede en mijn derde ambitie ineen te vlechten. Wat mijn belang was bleek evenzeer het belang van jonge mensen te zijn. Het drong tot mij door dat mijn ambities existentieel gekleurd zijn. Studerend en construerend kreeg ik de gelegenheid om voor mijzelf en voor de schoolgaande jonge mensen een existentieel antwoord te vinden: binnen de biologie. Een doceerbaar antwoord.

 

Door bestudering van de onderzoekpublicaties naar de loop der evolutie en daarbinnen de publicaties over de gevonden hominidenschedels zoals die sinds Dubois verzameld zijn kon ik tot de constructie van lineaire tijdbalken komen.

Intussen deed zich een nieuwe behoefte en een nieuw perspectief voor, sterk ondersteund door de publicatie van Claus Nielsen, namelijk het  kunnen ontmoeten van de in de omgeving levende dierenpopulaties. Onverwacht dwong de biologie me hun bestaan te koppelen aan mijn mensenbestaan. De eerste ambitie, voldoen aan de eisen van een liefhebbende hogere macht, loste op in het onderwijskundig vormgeven van het existentiŽle antwoord voor jongeren en zo bij te dragen aan een sterk voortbestaan van de mensen- en dierenpopulaties. Nu in een miljoenenjarig perspectief.

 

Uit de lerarenwereld dank ik van harte Jacques van Trommel en Eduard Maier voor hun coŲperatie en als notoire strijders voor levend biologieonderwijs.

ReŽel is mijn dank aan elkeen die, zoals en sinds Swammerdam, een bijdrage geleverd heeft aan de grootheid van de wetenschappelijke zoŲlogie/paleontologie.

 

Technische taaladviezen: Mat Ringers * Vertalers: Hayo Jelden en Wouter Flight en Susan Jessop.

Tekeningen: Antien van Mierlo *  PC-apparatuur: Klaas Rietsema en Harry Jager


[1] Het woord 'glorieus' wordt gebruikt op enkele plaatsen in deze studie gebruikt om een staat van leven aan te duiden die in alle opzichten, naar aard en wezen van de betreffende soort is zoals deze naar de aard en wezen van de soort zou moeten zijn. Volop, ten volle. Waarbij in acht genomen wordt dat de soort (in zijn populaties) een eigenheid is die bepaald wordt door lijf en leden. Het woord glorie stamt uit de christelijke traditie. De definiŽring in de Van Dale is te eenzijdig gecentreerd op eer en roem.