Hoofdstuk 9

CHRONOLOGIE

EEN CHRONOLOGIE VAN HET DENKEN IN NEDERLAND OVER DE INHOUD VAN HET BIOLOGIEONDERWIJS

Deze chronologie is opgezet vanuit de opvattingen die in de hoofdstukken 1 t/m 8 van het proefschrift Existentieel biologieonderwijs: Een heroriëntatie op het biologieonderwijs vanuit pedagogisch en ontwikkelings-psychologisch perspectief (Cornelis van Mierlo, RUG, 2004)  beschreven zijn.

Deze chronologie figureert als hoofdstuk 9 van dit proefschrift.

Het is geen algemene chronologie, die beoogt alle deelgebieden van de biologie aan de orde te stellen. Het gaat in deze biologie om de beantwoor-ding van de vraag of in de achterliggende jaren binnen de school aandacht is geweest voor de dierenpopulaties die de opgroeiende jongens en meisjes dagelijks zien in de tuin en op de straat, in parken, in sloten en weilanden. 

De chronologie is ruim opgezet, met dien verstande dat ook de ontwikkeling van het onderwijsysteem en de ontwikkeling van de wetenschap der biologie enigszins worden meegenomen. De ontwikkelingen van het biologieonderwijs voltrekken zich binnen de historische context en zijn in die zin modieus en politiek-gevoelig. En afhankelijk van in die bepaalde jaren opterende personen.

Het zij gezegd dat archiefonderzoek en de personeninterviews niet uitputtend uitgevoerd konden worden. Het grootste deel van de studietijd is geïnvesteerd in idee-ontwikkeling zoals die zichtbaar is in de voorgaande hoofdstukken. Verder is het construeren van de paleontologische tijdbalken een veel tijd consumerende operatie gebleken.

Deze chronologie zo ver uitgewerkt dat zij voor leraren en beleidsontwikkelaars als handreiking kan dienen voor het overzien van het honderdvijftigjarige onderwijstraject.

Zichtbaar zal worden dat vooral de laatste dertig jaar georganiseerd bezinnend denken plaats heeft gevonden over wat de meest betekenisvolle inhoud van het biologieonderwijs zou kunnen zijn. De huidige examen-eindtermen weerspiegelen slechts ten dele de uitkomst van dat bezinnend denken. De doelstellingen, zoals de Werkgroep Examen Biologie (WEB) die naar voren bracht in haar eindproduct, en waar de Nederlandse onderwijsbiologen twaalf jaar aan gewerkt hebben,  wordt weinig recht gedaan. Het voorstel tot observeren van de omringende natuur wordt volkomen genegeerd. Plantengemeenschappen noch dierenpopulaties krijgen anno 2004 enige aandacht. Veldwerk is volledig weggewist. Natuurlijke historie is weggewist. Waarmee verwacht moet worden dat de scholieren nimmer zullen geraken tot het kennen van hun eigen plaats in ‘de natuur’. Zij zullen nimmer, vanwege de school, komen tot het doorzien van de eigenheid van de diverse dierenpopulaties. Zij zullen nooit zichzelf leren kennen, althans niet vanwege de school, als ‘eeuwig’. De vraag: ‘ik vind raar dat ik besta, dat wij zo bestaan zoals we bestaan’ zal binnen het huidige reguliere biologieonderwijs (anno 2004) niet beantwoord worden.

De behandeling van de dierenwereld, zoals in dit proefschrift wordt voorgesteld, levert een ideale basis en een ideaal uitgangspunt voor bèta-studies in research-biologie, ethologie, ontogenese, epigenese, medische wetenschappen, sociologie.

 CM: In deze chronologie wordt via vet-drukken van tekstelementen aangegeven worden waar  in het verleden door onderwijsbiologen om aandacht voor de omringende natuur gevraagd wordt en de doelstelling ‘kennis van de levende natuur’ naar voren is gebracht. De biologie zelf is, als onderzoekende wetenschap, ruim 400 jaar oud, als we denken aan Pierre Gilles die in 1535 begint met encyclopedische dierenboeken. Als een der eersten begon hij met de inventarisatie en beschrijving van de diersoorten in zijn eigen regio (Marseille) en daarbuiten verder in Europa. Honderdvijftig jaar later was er een gedegen bestand aan zoölogische en botanische kennis voorhanden inclusief de studies van Jan Swammerdam en Antony van Leeuwenhoeck (1658 en 1677). Weer honderd jaar later was er in Holland ‘geen Stad, geen Dorp byna ‘s ‘er, of men vind ‘r kabinetten, of naspeurende liefhebberen’. Ons Holland is een magazyn van zeldzaamheden, byzonder van uitheemsche voortbrengsels der Natuure geworden. Vanaf 1758 werden de zoölogische collecties volgens het Linnaeaanse systeem gerangschikt. Sinds 1800 was er genoeg informatie voorhanden om biologie in de scholen als leervak in te voeren.

Echter, ofschoon dierkunde en botanie een populair onderwerp zijn (het is de tijd van de opbouw van Kabinetten en de uitgifte van Catalogi daarvan) heeft het nog eens ruim zestig jaar geduurd (1863) voordat Kennis der Natuur als verplicht vak een plaats kreeg op de nieuwe HBS en MMS.

lees de gronologie