HOOFDSTUK 4

 Volgend-bestaansobserveren in tuin en vijver

van de aanwezige dierenpopulaties

op zoek naar wat dierenpopulaties zijn

 ZOÖLOGIE-PRACTICUM 1

Hoofdstuk 4 (‘ontmoetend’ practicum 1)

Dit hoofdstuk behandeld het volgend observeren van de dierenpopulaties in de omgeving van huis en tuin. Volgend observeren staat voor ‘volgen van de lokale populaties in hun bestaan door de jaren heen, met de bedoeling tot ‘ontmoeten’ te komen van die populaties. Ontmoeten in de zin van begrijpen en doorvoelen van de realiteit van het in historie bestaan, zoals de adolescenten zelf in historie bestaan.

Het eerste zoölogiepracticum organiseert het systematisch observeren dieren in de omgeving: de evertebrata en de vertebrata. Het volgend observeren van de dierenpopulaties in de omgeving verloopt ook weer op met inachtneming van de elf aspecten uit het Aspecten-Schema. De vraag is immers wát door de observatoren gezien moet worden. ‘Alles wat maar te zien valt’ is het antwoord. Als voorbeeld wordt de huisjesslakkenpopulatie beschreven. Omdat de observaties zich over vier schooljaren uitstrekken kan de aandacht op meerdere aspecten tegelijkertijd gericht worden. De slakkenpopulaties worden ‘in generaties’ aangetroffen.

Inleiding op H.4.

Dit hoofdstuk is een voorbeeld van een bespreking van de wijze waarop een actuele lokale slakkenpopulatie uit de eigen tuin door adolescenten observerend gevolgd kan worden. Beschreven wordt wat aan de orde zou moeten komen bij volgende bestaanobservaties van een slakkenpopulatie. Op overeenkomstige wijze zullen koolmezen, meikevers, en olifanten geobserveerd moeten worden. De huisjesslakken dienen hier dus als model-populatie. Het observeren zal onder begeleiding van biologieleraren uitgevoerd moeten worden. Daarbij wordt het Aspecten-Schema gebruikt. Een en ander dient te gebeuren op een strikt biologisch-wetenschappelijke wijze, binnen de verantwoordelijkheid van de hedendaagse professionele zoölogie.

Gehoopt wordt dat zo spoedig mogelijk door gespecialiseerde deskundigen een set beschrijvingen van volgende-observaties ter beschikking komt, van zoveel mogelijk dierenpopulaties die in tuin en vijver, weiland en park, sloot en poel voorkomen. Beschrijvingen die gebaseerd zijn op het Aspecten-Schema en geschikt zijn om door leerlingengroepjes, zelfstandig, maar door hun leraren begeleid, uitgevoerd te worden gedurende vier opeenvolgende schooljaren.

Het gaat erom dat de adolescenten de om hen heen levende slakkenpopulaties dagelijks, wekelijks zien als almaardoor levend, als bestaand in een miljoenenjarig tijdsperspectief.

Deze doelstelling is in zijn intentie pedagogisch, maar past tevens binnen de algemene doelstelling van de zoölogie als natuurwetenschap omdat natuurwetenschap niet alleen bedreven wordt omwille van het vaststellen van de feiten, maar tevens terwille van niet-biologen die deze feiten graag willen weten. In de natuurwetenschap verzilvert de mens zijn competentie tot weten. In de biologie breidt de mens zijn weten uit tot het existentieel kennen[1] van het omringende anderssoortige levende. Het kunnen kennen van de anderssoortige leefgenoten wordt gedragen door het aan en in zichzelf beleefde levend-zijn.

Voor de adolescenten is het andere levende in zijn zijnsgrond niet vreemd. Vandaar ook luidt de titel van deze studie: existentieel biologieonderwijs.

Clik hier om het hele hoodstuk te lezen

Hoofdstuk 5
 

[1] Een toelichting op het hier gehanteerde begrip existentieel kennen is gegeven bij het begin van deel II. p.23. Alinea ‘Tijdens de zoektocht...’