HOOFDSTUK 2

 Op zoek naar wat dieren zijn 

ALS AAN DE VRAGENDE ADOLESCENTEN VANUIT DE BIOLOGIE GEANTWOORD WORDT DAT WIJ MENSENPOPULATIES DEEL UITMAKEN VAN HET DIERENRIJK DAN VOLGT DAARUIT DE NOODZAAK DAT DE JONGENS&MEISJES ONDERSTEUND WORDEN BIJ HET ZICH ORIËNTEREN IN DAT DIERENRIJK. HET DIERENRIJK BESTAAT IN CONCRETO UIT DE THANS IN MILJOENEN LOKALE POPULATIES LEVENDE DIEREN

 "WAT VOOR DIEREN ZIJN ER OP DE WERELD?"

"WAT ZIJN DIEREN?"

"HOE ZITTEN DIE DIEREN IN ELKAAR?"

"HOE KAN HET DAT DIEREN ZO IN ELKAAR ZITTEN?"

'Door zich in te leven in de vele levensvormen, beleeft men eigen leven genuanceerder, in groter rijkdom en volheid.

Daarom is het een groot voorrecht deze rijkdom van vormen te bekijken, te bestuderen en te bewonderen – en gevoelt men de behoefte, zoveel mogelijk anderen te laten delen in dit zo exquise en ook zo geraffineerde genot.'

Prof. Dr. Engel, Directeur van het zoölogisch Museum der Universiteit van Amsterdam in zijn voorwoord in het boek Amfibieën (en lagere dieren) door Doris M. Cochran. Uitgeverij W. Gaade, den Haag. 1961

Hoofdstuk 2 is een theoretisch blok met studies naar ‘Wat voor dieren zijn er op de wereld?’, ‘Wat zijn dierenpopulaties eigenlijk?’, ‘Hoe zitten die dieren in elkaar?’ ‘Hoe kan het dat dieren zo in elkaar zitten?’.

De adolescenten zullen, ‘op papier’, de dieren die de zeeën en de continenten bevolken in ordening gaan overzien. Vervolgens ligt er de vraag naar wat dieren eigenlijk zijn. Om systematisch de diverse dieren te kunnen bestuderen is een Aspecten-Schema ontworpen. Voor nadere studie is immers analyse, uit-een-legging, noodzakelijk.

Clik hier om het hele hoodstuk te lezen

Hoofdstuk 3